ECLI:NL:GHLEE:2009:BH2311
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg
- S.H. Wachter
- J.P. van Stempvoort
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van ongeldig rijbewijs bij besturen bedrijfsauto
Verdachte werd beschuldigd van het op 29 september 2006 besturen van een bedrijfsauto terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. De politierechter veroordeelde verdachte, maar deze ging in hoger beroep. Tijdens het hoger beroep was verdachte niet aanwezig, maar werd vertegenwoordigd door zijn raadsman.
Het bewijs bestond uit een proces-verbaal waarin twee verbalisanten hun bevindingen hadden vastgelegd. Eén verbalisant had het proces-verbaal ondertekend met betrekking tot de constatering van het rijden zonder geldig rijbewijs, maar de andere verbalisant, die de identiteit van de bestuurder als verdachte had vastgesteld, had het proces-verbaal niet ondertekend.
Het hof oordeelde dat enkel uit het niet-ondertekende deel van het proces-verbaal niet kon worden afgeleid dat verdachte daadwerkelijk de bestuurder was. Verdachte had geen verklaring afgelegd. Gezien het ontbreken van voldoende bewijs sprak het hof verdachte vrij van de tenlastelegging. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht door vrijspraak uit te spreken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij op 29 september 2006 met een ongeldig rijbewijs een bedrijfsauto bestuurde.