ECLI:NL:GHLEE:2009:BH2040
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van heimelijk opnemen en verspreiden gesprek rechter en griffier
Verdachte werd ten laste gelegd dat zij op 8 juni 2006 in een besloten zittingszaal van de rechtbank Zutphen heimelijk een gesprek tussen een rechter en een griffier had opgenomen zonder deelnemer te zijn, vervolgens de beschikking had over de geluidsopname en/of gegevens daaruit aan derden had bekendgemaakt.
Tijdens de zitting verklaarde verdachte aanwezig te zijn geweest, maar ontkende de opname te hebben gemaakt of in bezit te hebben gehad. Het hof stelde vast dat er geen direct bewijs was dat verdachte de opname had vervaardigd. Getuigen verklaarden dat een cd-rom met de opname werd ontvangen en verspreid door anderen dan verdachte. Ook bleek uit een faxbericht dat verdachte geen functie had bij de betrokken organisatie.
Gezien het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs achtte het hof het ten laste gelegde niet bewezen. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van alle tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van heimelijk opnemen en verspreiden van het gesprek.