ECLI:NL:GHLEE:2009:BG9013

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
7 januari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-003000-07
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22c Sr (oud)Art. 22d SrArt. 57 Sr (oud)Art. 63 Sr (oud)Art. 350 Sr
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak vernieling auto wegens eigendom, veroordeling vernieling ruit

Het gerechtshof Leeuwarden behandelde het hoger beroep van verdachte tegen vonnis van de politierechter. Verdachte werd beschuldigd van twee vernielingen: een ruit en een auto, beide toebehorend aan het slachtoffer.

Verdachte stelde dat de auto zijn eigendom was, omdat hij de wegenbelasting, verzekering betaalde en de parkeerontheffing op zijn naam stond. Het hof achtte deze verklaring aannemelijk en concludeerde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat de auto aan een ander toebehoorde. Daarom sprak het hof verdachte vrij van het feit betreffende de auto.

Voor het vernielen van de ruit achtte het hof verdachte wel schuldig. Verdachte had hiermee het eigendomsrecht van het slachtoffer geschonden. Gezien zijn eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten legde het hof een taakstraf op van 20 uur werkstraf, met een vervangende hechtenis van 10 dagen indien de werkstraf niet wordt uitgevoerd.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van vernieling auto en veroordeeld tot 20 uur werkstraf en 10 dagen vervangende hechtenis voor vernieling ruit.

Uitspraak

Parketnummer: 24-003000-07
Parketnummer eerste aanleg: 17-820703-07 en 17-820708-07
Arrest van 7 januari 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 20 november 2007 in de oorspronkelijk onder de parketnummers 17-820703-07 en 17-820708-07 afzonderlijk aangebrachte, maar ter terechtzitting in eerste aanleg gevoegde strafzaken, hierna te noemen respectievelijk zaak A en zaak B, tegen:
[verdachte],
geboren op [1953] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [woonadres],
verschenen in persoon.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis, in de gevoegde zaken, wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het ten laste gelegde in zaken A en B zal veroordelen tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen vervangende hechtenis.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
zaak A:
hij op of omstreeks 27 juni 2007 te [plaats] opzettelijk en wederrechtelijk
een ruit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan
[slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,
heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;
zaak B:
hij op of omstreeks 21 augustus 2007 te [plaats], in de gemeente [gemeente] opzettelijk en wederrechtelijk een motorrijtuig (personenauto), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.
Vrijspraak
Het hof acht niet bewezen hetgeen in zaak B aan verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.
Verdachte heeft van meet af aan bij de politie en in hoger beroep betoogd dat de auto, welke hij heeft vernield, zijn eigendom was. Verdachte heeft verklaard dat hij de wegenbelasting en de verzekering betaalde en dat de parkeerontheffing op zijn naam stond. In aanmerking nemend dat de omstandigheid dat het kentekenbewijs op naam van iemand is gesteld niet betekent dat daarmee tevens de eigendom van het voertuig is gegeven en verdachte voor de tenaamstelling op naam van [slachtoffer] een plausibele verklaring geeft, acht het hof de lezing van verdachte omtrent de eigendom van de auto niet onaannemelijk. Op grond daarvan kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de auto aan iemand anders toebehoorde dan aan verdachte. Verdachte dient te worden vrijgesproken van het in zaak B ten laste gelegde feit.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in zaak A ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 27 juni 2007 te [plaats] opzettelijk en wederrechtelijk
een ruit, toebehorende aan [slachtoffer], heeft vernield.
Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld in zaak A meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.
Kwalificatie
Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:
zaak A:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.
Strafbaarheid
Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.
Strafmotivering
Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde feit, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan en de persoon van de verdachte. Het hof heeft in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
Verdachte heeft zich op 27 juni 2007 te [plaats] schuldig gemaakt aan het vernielen van een ruit, toebehorende aan [slachtoffer]. Door zo te handelen heeft verdachte inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van [slachtoffer].
Uit een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 18 september 2008 blijkt dat verdachte reeds meermalen is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Op grond van vorenstaande acht het hof een werkstraf een passende sanctie. Nu het hof, anders dan de advocaat-generaal, verdachte van het in zaak B ten laste gelegde zal vrijspreken, acht het hof een kortere werkstraf dan door de advocaat-generaal gevorderd passend en geboden.
Toepassing van wetsartikelen
Het hof heeft gelet op de artikelen 22c (oud), 22d, 57 (oud), 63 (oud) en 350 van het Wetboek van Strafrecht.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte in zaak B ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart het verdachte in zaak A ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als hiervoor vermeld in zaak A meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;
veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van twintig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van tien dagen zal worden toegepast.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. P. Koolschijn, voorzitter, mr. A. Dijkstra en
mr. G. Dam, in tegenwoordigheid van mr. C. Coster als griffier, zijnde mr. Koolschijn voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.