ECLI:NL:GHLEE:2008:BG1169
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Dijkstra
- Weenink
- Van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Veroordeling vennootschap onder firma onder Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
In deze bestuursrechtelijke zaak stond centraal of een administratieve sanctie op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) kan worden opgelegd aan een vennootschap onder firma (vof).
De kantonrechter had het beroep van de betrokkene gegrond verklaard en de sanctiebeschikking vernietigd, omdat volgens hem een sanctie niet aan een handelsnaam, maar alleen aan natuurlijke personen of rechtspersonen kan worden opgelegd. De officier van justitie ging hiertegen in hoger beroep.
Het gerechtshof overwoog dat een vof meer is dan een handelsnaam; het is een economische entiteit zonder rechtspersoonlijkheid die als procespartij kan optreden en als kentekenhouder kan worden geregistreerd. Artikel 51 lid 3 Sr Pro stelt een vof gelijk aan een rechtspersoon voor strafrechtelijke toepassing. Ook artikel 5 WAHV Pro bepaalt dat de sanctie wordt opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken staat, ook als dat een vof betreft.
Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees de zaak terug naar de rechtbank voor inhoudelijke beoordeling, waarbij het arrest van de Hoge Raad van 15 maart 1994 als belangrijke jurisprudentie werd aangehaald.
De zaak benadrukt de juridische positie van vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid in bestuursstrafrechtelijke procedures en bevestigt dat zij als entiteit sancties kunnen ontvangen.
Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de beslissing van de kantonrechter en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor inhoudelijke beoordeling, waarbij wordt bevestigd dat een vennootschap onder firma als kentekenhouder een sanctie kan krijgen opgelegd.