ECLI:NL:GHLEE:2008:BD5821
Gerechtshof Leeuwarden
- Verzet
- Mollema
- Breemhaar
- De Hek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schadevergoeding na verzet tegen arrest huurovereenkomst
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of de schadevergoeding die appellant ontving wegens voortijdige beëindiging van een huurovereenkomst door geïntimeerde, moest worden bijgesteld. Appellant stelde dat de nieuwe huurder het gehuurde pas vanaf 1 juni 2007 volledig in gebruik had genomen, terwijl geïntimeerde betoogde dat dit al vanaf maart 2007 het geval was.
Het hof oordeelde dat het overgelegde huurcontract en de onbetwiste feiten aannemelijk maakten dat de nieuwe huurder het pand vanaf april 2007 deels en vanaf juni 2007 volledig gebruikte. Hierdoor was de feitelijke huurderving zes maanden in plaats van acht maanden. Daarnaast erkende het hof dat appellant kosten had gemaakt voor het opnieuw verhuren, waaronder makelaarskosten, die niet waren weersproken.
Het hof concludeerde dat de eerder toegekende schadevergoeding geen bijstelling behoeft omdat de lagere huurpenningen in april en mei werden gecompenseerd door de overige schade, waaronder makelaarskosten. Het verzet van geïntimeerde werd daarom afgewezen en het arrest van 26 september 2007 werd bevestigd. Geïntimeerde werd veroordeeld in de kosten van de verzetprocedure.
Uitkomst: Het hof wijst het verzet af en bevestigt het eerdere arrest waarbij de schadevergoeding aan appellant is vastgesteld.