ECLI:NL:GHLEE:2008:BD5651

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
21 april 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
WAHV 08-00250
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Rechters
  • Dijkstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13a WAHVArt. 14 WAHVArt. 7:28 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen kostenvergoeding bij administratieve sanctie verkeersoverschrijding

Aan betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd wegens overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom. Tegen deze sanctie is beroep ingesteld, waarbij ook vergoeding van proceskosten werd gevorderd. De officier van justitie vernietigde de inleidende beschikking vanwege een vermeende ongeldigheid van de sanctie aan een vennootschap onder firma (vof), maar het hof oordeelde dat een sanctie wel aan een vof kan worden opgelegd.

De kantonrechter wees het verzoek om vergoeding van kosten in het administratief beroep af, met de overweging dat kosten in de procedure bij de officier van justitie niet voor vergoeding in aanmerking komen. Het hof stelde vast dat het appelverbod van artikel 14 WAHV Pro niet geldt voor de vergoeding van kosten op grond van artikel 13a WAHV, waardoor het hoger beroep ontvankelijk is.

Het hof vernietigde de beslissing van de kantonrechter en wees de proceskosten toe aan de betrokkene, waarbij het forfaitaire bedrag werd vastgesteld op €161,-. Het verzoek om vergoeding van kosten in de procedure bij de officier van justitie werd afgewezen omdat de inleidende beschikking niet wegens bestuursorgaanonrechtmatigheid was herroepen. De advocaat-generaal werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan betrokkene.

Uitkomst: Het hof vernietigt de beslissing van de kantonrechter en wijst de proceskostenvergoeding van €161,- toe aan betrokkene.

Uitspraak

WAHV 08/00250
21 april 2008
CJIB 49107633499
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Leeuwarden
van 11 januari 2008
betreffende
[betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene),
gevestigd te [plaatsnaam]
voor wie als gemachtigde optreedt mr. drs. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het verzoek om vergoeding van kosten gedeeltelijk afgewezen. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 16,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximum snelheid binnen bebouwde kom, met 4 km/h”, welke gedraging zou zijn verricht op 15 juni 2007 om 14.34 uur op de Foarwei te Kollumerzwaag met het voertuig met het kenteken [AB-OO-AB]
3.2. Namens de betrokkene is tegen deze beschikking beroep ingesteld. Hierbij is verzocht om vergoeding van kosten. De officier van justitie heeft het beroep gegrond verklaard en de inleidende beschikking vernietigd. De officier van justitie heeft evenwel niet beslist op het verzoek om vergoeding van kosten.
3.3. Namens de betrokkene is tegen de beslissing van de officier van justitie beroep ingesteld. De kantonrechter heeft het beroep aangemerkt als een verzoek om vergoeding van kosten als bedoeld in artikel 13a WAHV. Het verzoek is niet ter zitting behandeld. Bij de bestreden beslissing is het verzoek om vergoeding van kosten afgewezen voor zover het de kosten in de procedure bij de officier van justitie betreft. Hiertoe is overwogen, dat kosten gemaakt tijdens het beroep bij de officier van justitie niet voor vergoeding in aanmerking komen.
3.4. Het is vaste jurisprudentie van het hof dat ten aanzien van de beslissing van de kantonrechter met betrekking tot de kosten in de fase van het administratief beroep noch op grond van de WAHV noch op grond van enige andere wettelijke regeling hoger beroep openstaat (vgl. Hof Leeuwarden, 23 december 2003, LJN: AO1866).
3.5. De betrokkene klaagt echter terecht, dat de kantonrechter artikel 13a WAHV, zoals dit luidt vanaf 12 maart 2002, buiten toepassing heeft gelaten. Dit brengt mee, dat de betrokkene, hoewel artikel 14 WAHV Pro niet in hoger beroep voorziet, toch daarin moet worden ontvangen (zie ook voormeld arrest). Het hof zal derhalve de beslissing van de kantonrechter vernietigen en doen hetgeen de kantonrechter had behoren te doen.
3.6. Ingevolge artikel 13a, eerste lid, tweede volzin WAHV juncto artikel 7:28, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht dient te worden beoordeeld of de inleidende beschikking is herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.
3.7. De gemachtigde van de betrokkene heeft in zijn beroepschrift d.d. 12 juli 2007, gericht tegen de inleidende beschikking, aangevoerd dat een sanctie niet aan een handelsnaam kan worden opgelegd, maar slechts aan natuurlijke personen en rechtspersonen. Nu de sanctie is opgelegd aan een V.O.F. kan de inleidende beschikking niet in stand blijven, aldus de gemachtigde.
3.8. In de beslissing van de officier van justitie is kennelijk overwogen dat het in het beroepschrift gestelde juist is, zodat de beschikking niet in stand kan blijven. Vervolgens heeft de officier van justitie bij beslissing van 4 juli 2007 de inleidende beschikking vernietigd.
3.9. In eerdere jurisprudentie (vgl. Hof Leeuwarden, 14 februari 2008, WAHV 07/01654, waarin de gemachtigde eveneens optrad) heeft het hof vastgesteld dat een sanctie ook kan worden opgelegd aan een vennootschap onder firma. Het hof is dan ook van oordeel dat de officier van justitie een fout heeft gemaakt door de beschikking te vernietigen. De inleidende beschikking is derhalve niet vernietigd wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.
3.10. Nu de inleidende beschikking niet wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid is herroepen, dient het verzoek om vergoeding van kosten in administratief beroep te worden afgewezen.
3.11. Aangezien de beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd, acht het hof termen aanwezig om de in hoger beroep gemaakte kosten te vergoeden. De vergoeding van kosten is in het Besluit proceskosten bestuursrecht forfaitair per proceshandeling vastgesteld. De gemachtigde van de betrokkene heeft de volgende proceshandelingen verricht: het indienen van het hoger beroepschrift bij het hof. Blijkens de Bijlage bij het Besluit moet aan het indienen van het beroepschrift bij het hof één punt worden toegekend. De waarde per punt is € 322,-. Gelet op de aard van de zaak past het hof de wegingsfactor 0,25 (gewicht van de zaak = zeer licht) toe. Derhalve zal het hof ter zake een bedrag van € 80,50,- (1 x € 322,- x 0,25) toekennen.
3.12. Het hof acht eveneens termen aanwezig om de in de procedure bij de kantonrechter gemaakte kosten te vergoeden. De gemachtigde van de betrokkene heeft de volgende proceshandelingen verricht: het indienen van het beroepschrift. Hieraan dient één punt te worden toegekend. Uitgaande van de wegingsfactor 0,25 dient ter zake een bedrag van € 80,50 te worden toegekend.
3.13. Gelet op het voorgaande zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 161,- (kosten hoger beroep = € 80,50 + kosten beroep bij de kantonrechter = € 80,50).
4. De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van kosten in de procedure bij de officier van justitie af;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 161,- en bepaalt dat dit bedrag dient te worden overgemaakt naar rekeningnummer 1040.40.025 ten name van Meerts te Beegden.
Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van Kuiper als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.