ECLI:NL:GHLEE:2008:BD2970
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Kuiper
- Breemhaar
- Rowel-van der Linde
- Rechtspraak.nl
Beoordeling legitieme portie en ouderlijke boedelverdeling bij natuurlijke verbintenis verzorgingsverplichting
In deze civiele zaak heeft het Gerechtshof Leeuwarden op 16 april 2008 uitspraak gedaan over de vraag of de verzorgingsverplichting van een gehuwde erflater jegens zijn echtgenoot, vervuld door een uiterste wilsbeschikking, als schuld in de zin van het oude erfrecht (art. 4:968 BW Pro) moet worden aangemerkt voor de berekening van de legitieme portie.
De appellant voerde aan dat zonder een specifieke De Visser-Harms clausule in de uiterste wil geen sprake kon zijn van nakoming van een natuurlijke verbintenis en dat deze niet als schuld voor de legitieme portie kon gelden. Het hof verwierp deze stellingen en bevestigde dat de nakoming van een natuurlijke verbintenis, ook bij uiterste wilsbeschikking, rechtsgevolgen heeft en meetelt bij de berekening van de legitieme portie.
Verder onderzocht het hof de waardering van de nalatenschap, waaronder de woning, auto en schulden, en concludeerde dat de waarderingen van de notariële boedelbeschrijving juist waren. De vordering van appellant uit hoofde van de ouderlijke boedelverdeling werd vastgesteld op € 20.571,15, nog niet opeisbaar.
Het hof verklaarde appellant niet-ontvankelijk voor het hoger beroep tegen het vonnis van 22 november 2006, vernietigde het vonnis van 21 maart 2007, compenseerde de kosten en wees het overige af.
Uitkomst: De vordering uit hoofde van de ouderlijke boedelverdeling wordt vastgesteld op € 20.571,15 en is nog niet opeisbaar; het hoger beroep wordt deels toegewezen en deels niet-ontvankelijk verklaard.