ECLI:NL:GHLEE:2008:BD0490
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Melssen
- Bosch
- Asscheman-Versluis
- Rechtspraak.nl
Vader krijgt gezag over kind, verblijfplaats blijft bij pleeggezin
De moeder van het kind is ontheven van het gezag over haar kind, dat sinds de geboorte alleen door haar werd uitgeoefend. De vader verzocht om het gezag over het kind te verkrijgen en tevens om het hoofdverblijf van het kind bij hem te bepalen. De rechtbank wees dit verzoek af en benoemde Bureau Jeugdzorg (BJZ) tot voogd.
In hoger beroep stond alleen de vraag centraal of het gezag aan de vader of aan BJZ moest worden toegekend. De vader stelde dat hij het gezag moest krijgen, hoewel het kind voorlopig niet bij hem kon wonen vanwege zijn gezinssituatie. De raad voor de kinderbescherming en BJZ adviseerden aanvankelijk het gezag aan de vader toe te wijzen, maar keerden later terug vanwege zorgen over de situatie van de vader en zijn partner.
Het hof oordeelde dat er geen gegronde vrees bestond dat de belangen van het kind bij toekenning van het gezag aan de vader zouden worden verwaarloosd. Het belang van het kind werd gediend door het gezag aan de vader toe te kennen, terwijl het verblijf van het kind voorlopig in het pleeggezin blijft. Het gezag gaat in twee maanden na uitspraak in om partijen gelegenheid te geven afspraken te maken over het verblijf.
Uitkomst: De vader wordt belast met het gezag over het kind, terwijl het kind voorlopig in het pleeggezin blijft wonen.