ECLI:NL:GHLEE:2007:BB2270
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Knijp
- Janse
- Telman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van betaling aan derde na faillissement en rol curator
In deze civiele zaak staat centraal of appellante door betaling aan een derde, [naam 3] Transport BV, bevrijdend heeft betaald jegens de faillissementsboedel van [naam 3]. De rechtbank had dit ontkennend beantwoord, mede op grond van art. 52 Faillissementswet Pro, en deze beslissing werd door appellante bestreden.
Het hof overweegt dat art. 52 Faillissementswet Pro niet rechtstreeks van toepassing is omdat appellante niet aan de gefailleerde zelf, maar aan een derde betaalde. De vraag is of appellante op redelijke gronden mocht aannemen dat de derde gerechtigd was tot betaling. Het hof stelt dat correcte publicatie van het faillissement geobjectiveerde bekendheid oplevert, zodat appellante niet kan volhouden onwetend te zijn geweest. Ook mocht zij niet zonder onderzoek aannemen dat de derde gerechtigd was de betaling te ontvangen.
Verder overweegt het hof dat de curator onder de gegeven omstandigheden niet verwijtbaar heeft gehandeld door appellante niet tijdig te informeren, maar dat dit appellante niet helpt omdat zij niet het beschermde crediteurenbelang heeft. Ook het beroep op redelijkheid en billijkheid faalt, evenals het verzoek tot matiging van de vordering. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt appellante in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof verwierp het beroep en bekrachtigde het vonnis dat de betaling aan een derde niet bevrijdend werkte jegens de faillissementsboedel.