ECLI:NL:GHLEE:2007:BB0725
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van der Meer
- Drion
- Van Lindonk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op zelfstandigenaftrek bij vennootschap onder firma
Belanghebbende, medeondernemer in een vennootschap onder firma, voerde in haar aangifte inkomstenbelasting 2002 zelfstandigenaftrek op basis van een urenverantwoording van 1.377,5 uur. De inspecteur stelde dat belanghebbende niet voldeed aan het urencriterium van 1225 uur en legde een aanslag op zonder zelfstandigenaftrek. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd het beroep ongegrond verklaard.
In hoger beroep bevestigde het hof dat de urenberekening van belanghebbende te globaal en achteraf was, zonder specifieke tijdstoerekening, en dat belanghebbende niet voldeed aan haar bewijslast. Het hof oordeelde dat de zelfstandigenaftrek terecht werd geweigerd. Daarnaast werden de formele klachten over schending van hoorplicht en termijnoverschrijding door de inspecteur verworpen.
Het hof overwoog ook dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt omdat een eventuele toezegging door de inspecteur was herroepen voordat belanghebbende daar nadelige gevolgen van kon ondervinden. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat belanghebbende niet voldoet aan het urencriterium en wijst het hoger beroep af.