ECLI:NL:GHLEE:2007:BA9526
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Kuiper
- Breemhaar
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen tussenvonnissen wegens ontbreken gedeeltelijk eindvonnis
In deze civiele procedure hebben appellanten hoger beroep ingesteld tegen een tussenvonnis van 23 maart 2005 en later ook tegen een tussenvonnis van 13 augustus 2003. Het hof stelt vast dat krachtens artikel 337 lid 2 Rv Pro appel tegen een tussenvonnis alleen samen met het eindvonnis kan worden ingesteld. Een eindvonnis omvat ook een gedeeltelijk eindvonnis, waarbij een deel van het geschil definitief wordt beslecht.
Het dictum van het vonnis van 23 maart 2005 bevat slechts een verwijzing naar de rol en is geen (gedeeltelijk) eindvonnis. Daarom kunnen appellanten niet worden ontvangen in hun appel tegen dit vonnis. Omdat het appel aanvankelijk tegen dit vonnis is ingesteld en pas later uitgebreid naar het tussenvonnis van 13 augustus 2003, is ook het appel tegen laatstgenoemd tussenvonnis niet ontvankelijk. Bovendien was zelfstandig appel tegen het tussenvonnis van 13 augustus 2003 al niet meer mogelijk.
Het hof verklaart appellanten niet-ontvankelijk in hun hoger beroep en veroordeelt hen in de kosten van de procedure in hoger beroep. De kosten aan de zijde van geïntimeerde worden begroot op €4.660 aan verschotten en €894 aan salaris procureur. Het arrest wordt uitgesproken door een enkelvoudige kamer van het hof te Leeuwarden op 11 juli 2007.
Uitkomst: Appellanten worden niet-ontvankelijk verklaard in hun hoger beroep tegen de tussenvonnissen en veroordeeld in de kosten.