ECLI:NL:GHLEE:2007:BA9525
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Mollema
- Kuiper
- De Hek
- Rechtspraak.nl
Beoordeling privacy en rechtmatigheid van zichtbaar geplaatst cameratoezicht bij woonomgeving
In deze zaak vorderden appellanten de verwijdering van twee camera's die geïntimeerde op zijn woning had geplaatst, omdat zij zich geobserveerd voelden en hun privacy geschaad zagen. De camera's waren zichtbaar bevestigd en gericht op de auto van geïntimeerde en een deel van de openbare weg. De voorzieningenrechter wees de vordering af, wat appellanten in hoger beroep aanvochten.
Het hof bevestigde dat het zichtbaar plaatsen van een camera ter beveiliging van de eigen woonomgeving niet onrechtmatig is jegens omwonenden, mits de privacy niet ontoelaatbaar wordt aangetast. Het hof verwees naar de memorie van toelichting op de Wet heimelijk cameratoezicht en een arrest van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (Perry) dat cameratoezicht in openbare ruimtes zonder opslag van beelden geen privacyschending vormt.
De bewijslast dat sprake is van een (dreigende) privacyschending ligt bij appellanten. Het hof stelde vast dat één camera een dummy was en de andere wel functioneerde maar defect was en niet opnam. Er was geen bewijs dat beelden werden opgeslagen of systematisch vastgelegd. Het zichtveld van de camera was vergelijkbaar met wat geïntimeerde met het blote oog kon waarnemen.
Het hof concludeerde dat appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat hun privacy op ontoelaatbare wijze werd aangetast en bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter. Tevens werden appellanten veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het zichtbaar plaatsen van een beveiligingscamera gericht op eigen auto en openbare weg geen onrechtmatige privacyschending oplevert en wijst de vordering tot verwijdering af.