ECLI:NL:GHLEE:2007:BA6255

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
2 april 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
WAHV 06-01241
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Weenink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 72 WVW 1994Art. 33 KentekenreglementArt. 40 Kentekenreglement
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging bestuurlijke sanctie wegens niet vervallen tenaamstelling na export voertuig

De betrokkene werd een administratieve sanctie van €95 opgelegd omdat het keuringsbewijs van haar voertuig op 23 december 2004 zijn geldigheid had verloren, terwijl de tenaamstelling in het kentekenregister niet was vervallen. Het voertuig was op 8 augustus 2005 geëxporteerd en verkocht aan een inwoner van België, waarbij de Belgische douane het Nederlandse kenteken had afgestempeld.

De betrokkene voerde aan dat de overschrijving door de Belgische douane en het stempel op het kentekenbewijs bewijzen dat aan de vereisten voor verval van tenaamstelling was voldaan. Echter, het hof constateerde dat de tenaamstelling tot 22 februari 2006 nog op naam van de betrokkene stond en dat geen bewijs was geleverd dat aan de wettelijke vereisten voor verval van tenaamstelling was voldaan op het moment van de controle door de Dienst Wegverkeer.

Op grond hiervan stelde het hof vast dat de overtreding had plaatsgevonden en bevestigde het de beslissing van de kantonrechter. Het arrest werd gewezen door mr. Weenink en uitgesproken in openbare zitting.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de administratieve sanctie van €95 wegens het niet vervallen van de tenaamstelling van het geëxporteerde voertuig.

Uitspraak

WAHV 06/012412 april 2007CJIB 99088991217
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Arnhem van 14 september 2006
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), gevestigd te [plaatsnaam]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Arnhem ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
Op verzoek van de griffier van het hof heeft de betrokkene de gronden van het hoger beroep opgegeven.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een nadere reactie te geven op de gronden van het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 95,- opgelegd ter zake van "voor het motorrijtuig van 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren", welke gedraging op 12 oktober 2005 is geconstateerd door de Dienst Wegverkeer met betrekking tot het voertuig met kenteken [kenteken]
3.2. De betrokkene heeft aangevoerd dat het voertuig op 5 augustus 2005 is verkocht aan een inwoner van België. Het voertuig is overgeschreven door de Belgische douane, die het Nederlandse kenteken heeft afgestempeld en voor de verdere afwikkeling zou zorgdragen. Ten bewijze daarvan heeft zij een afschrift van het kentekenbewijs meegezonden met daarop het stempel "Intracommunautair verworven Antwerpen 5 augustus 2005".
3.3. De gedraging betreft een overtreding van artikel 72, tweede lid, sub b van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994).
Die bepaling houdt in: "Voor een motorrijtuig of aanhangwagen , waarvoor een kenteken is opgegeven dan wel dient te zijn opgegeven, dient een keuringsbewijs te zijn afgegeven.".
Het tweede lid onder b houdt in: "Het keuringsbewijs dient zijn geldigheid niet te hebben verloren.".
3.4. Artikel 33, eerste lid, van het Kentekenreglement houdt - voor zover hier van belang - met betrekking tot verval van tenaamstelling van het kentekenbewijs het volgende in: "Degene aan wie een tweedelig kentekenbewijs is afgegeven (...) is, in geval hij het voertuig voorgoed buiten Nederland brengt, verplicht het deel IB, een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs, een ingevulde en ondertekende verklaring in drievoud van een bij ministeriële regeling vastgesteld model alsmede, voor zover bij ministeriële regeling bepaald, het deel II bij de Dienst Wegverkeer over te leggen.".
Het tweede lid houdt in: "De Dienst Wegverkeer plaatst op deel IB en op het deel II een aantekening, vult de verklaring in en geeft het deel IB, de verklaring in tweevoud, het legitimatiebwijs, alsmede het deel II terug aan degene die aan de in het eerste lid bedoelde verplichtingen heeft voldaan.".
3.5. Artikel 40, eerste lid, aanhef en sub g, van het Kentekenreglement houdt - voor zover hier van belang - in: "De tenaamstelling in het register vervalt zodra:
(...)
g. krachtens de artikelen (...) 33, tweede (...) lid, op het kentekenbewijs een aantekening is geplaatst.".
3.6. Uit de stukken van het geding blijkt dat het kenteken tot 22 februari 2006 op naam was gesteld van de betrokkene en dat het keuringsbewijs op 23 december 2004 zijn geldigheid had verloren. Uit de door de betrokkene overgelegde stukken blijkt dat het voertuig op 8 augustus 2005 is geëxporteerd. De betrokkene heeft echter geen stukken overgelegd waaruit zou kunnen blijken dat zij op de datum waarop de controle door de Dienst Wegverkeer heeft plaatsgevonden had voldaan aan de vereisten voor verval van tenaamstelling van het kenteken van het voertuig. Op grond daarvan stelt het hof vast dat de gedraging is verricht.
3.7. Het hiervóór overwogene in aanmerking genomen zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Weenink, in tegenwoordigheid van mr. Zomer als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.