ECLI:NL:GHLEE:2007:BA2590
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Kuiper
- Hidma
- Streppel
- Rechtspraak.nl
Onderhoudsverplichting bij in de plaats gestelde huurder en oplevering gehuurde
In deze zaak stond centraal de vraag of de in de plaats gestelde huurder gehouden is tot betaling van achterstallig onderhoud aan het gehuurde. De oorspronkelijke huurder had verzuimd het onderhoud te plegen, waarna de nieuwe huurder de huur per 1 mei 2000 heeft voortgezet. De huurovereenkomst bevatte een clausule dat al het onderhoud, inclusief groot onderhoud, voor rekening van de huurder komt.
De appellant vorderde betaling van € 25.918,20 voor achterstallig onderhoud, gebaseerd op een rapport van een bouwbedrijf. Het hof stelde vast dat de onderhoudsplicht bij de in de plaats gestelde huurder overgaat zoals die op de vorige huurder rustte, en dat dit ook gevolgen heeft voor de staat waarin het gehuurde bij het einde van de huur moet worden opgeleverd. Niet de staat bij inplaatsstelling is bepalend, maar de staat waarin de vorige huurder het gehuurde aanvaardde.
Omdat de huurovereenkomst inmiddels is geëindigd en niet is vastgesteld in welke staat het gehuurde is opgeleverd, kon de vordering niet worden toegewezen. Tevens bleek dat de nieuwe huurder tijdens de huurperiode wel onderhoud had verricht en er geen sprake was van een dreigende teloorgang van het gehuurde. Het hof verklaarde het hoger beroep van de appellant niet-ontvankelijk voor een tussenvonnis en bekrachtigde de overige vonnissen, waarbij de appellant in de proceskosten werd veroordeeld.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt afgewezen en de eerdere vonnissen worden bekrachtigd.