ECLI:NL:GHLEE:2007:BA1335

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
5 maart 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
WAHV 06-01339
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Weenink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 62 RVV 1990Art. 68 lid 1 aanhef en onder c RVV 1990Art. 79 RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging administratieve sanctie wegens niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht

Het Gerechtshof Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter Middelburg, waarbij een administratieve sanctie van 95 euro was opgelegd wegens het niet stoppen voor rood licht bij een driekleurig verkeerslicht op 24 oktober 2005.

De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat zij door gladheid 'pompend' had geremd en weliswaar voorbij de stopstreep was gekomen, maar wel voor het rode licht was gestopt. Het hof oordeelde dat volgens de wettelijke bepalingen het voertuig vóór de stopstreep moet stoppen en dat het feit dat het voertuig voorbij de stopstreep was, de overtreding bevestigt.

Foto's toonden aan dat het voertuig de stopstreep passeerde toen het verkeerslicht al 1,1 seconde rood was. Het hof overwoog dat de bestuurder had moeten anticiperen op de gladheid en snelheid tijdig had moeten verminderen. Er waren geen omstandigheden die matiging van de sanctie rechtvaardigden.

Daarom bevestigde het hof de beslissing van de kantonrechter en handhaafde de opgelegde sanctie.

Uitkomst: Het hof bevestigt de sanctie van 95 euro wegens het niet stoppen voor rood licht.

Uitspraak

WAHV 06/01339
5 maart 2007
CJIB 19088465165
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Middelburg
van 6 oktober 2006
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
gevestigd te [plaatsnaam]
voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Middelburg ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van Euro 95,- opgelegd ter zake van "niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht" (feitcode R602), welke gedraging zou zijn verricht op 24 oktober 2005 om 15.30 uur op de Provincialeweg N286 / Nieuwe Postweg te Tholen met het voertuig met het kenteken [kenteken]
3.2. De gemachtigde van de betrokkene, welke ten tijde van de gedraging de bestuurder van het voertuig was, ontkent de gedraging te hebben verricht. Hiertoe voert zij aan dat zij door glad weer ervoor heeft gekozen "pompend" te remmen zodat er geen slipgevaar optrad. Het gevolg van deze keuze was dat de gemachtigde met haar wielen voorbij de stopstreep tot stilstand kwam, maar wel degelijk is gestopt voor het rode verkeerslicht.
3.3. De bij voormelde feitcode behorende gedraging is een overtreding van het voorschrift van artikel 62 in Pro verbinding met artikel 68, eerste lid, aanhef en onder c, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).
Artikel 62 RVV Pro 1990 luidt:
"Weggebruikers zijn verplicht gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden.".
Artikel 68, eerste lid, aanhef en onder c, RVV 1990 houdt in:
"Bij driekleurige verkeerslichten betekent rood licht: stop.".
Artikel 79 RVV Pro 1990 luidt:
"Bestuurders moeten voor een voor hen bestemde stopstreep stoppen, indien stoppen op grond van dit besluit is verplicht."
3.4. Uit artikel 68, eerste lid, aanhef en onder c, RVV 1990 in verbinding met artikel 79 RVV Pro 1990 volgt dat de gedraging "niet stoppen voor rood licht bij een driekleurig verkeerslicht" moet worden geacht te zijn verricht indien het desbetreffende voertuig voor rood licht niet is gestopt vóór de stopstreep (vgl. HR 7 juni 1994, DD 94, 381).
3.5. Ter zake van de onderhavige gedraging zijn twee opeenvolgende foto's gemaakt. Beide foto's tonen een bedrijfsbus van het merk Mercedes met het kenteken [kenteken] Op het zogeheten inspiegelbeeld van de beide foto's is af te lezen dat voorafgaand aan de roodlicht-fase het verkeerslicht gedurende 3,9 seconden geel licht heeft uitgestraald. De eerste foto, genomen 1,1 seconde nadat het verkeerslicht rood licht is gaan uitstralen, toont de bedrijfsbus terwijl de voorwielen zich juist voorbij de stopstreep bevinden. De tweede foto is gemaakt één seconde na de eerste foto. Ook de achterwielen van de bedrijfsbus zijn dan de stopstreep gepasseerd. Op het zogeheten inspiegelbeeld van de tweede foto staat weergegeven "V = --", waarbij de letter V staat voor "velocity " (snelheid). Het is het hof ambtshalve bekend dat het feit dat op het inspiegelbeeld geen snelheid van het voertuig wordt weergegeven, kan wijzen op het stilstaan van dat voertuig.
3.6. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat de gedraging is verricht.
3.7. Voor zover de gemachtigde van de betrokkene zich erop beroept dat de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht het opleggen van een sanctie niet billijken, overweegt het hof als volgt.
3.8. Uit de meetgegevens blijkt dat de geellicht-fase 3,9 seconden heeft geduurd. Uitgangspunt is dat van de bestuurder van een voertuig met een werkende bedrijfsrem - gelet op de in het Voertuigreglement minimaal vereiste remvertraging - mag worden verwacht, dat hij in die situatie zijn voertuig tijdig tot stilstand brengt voor de stopstreep. Dit geldt temeer, wanneer zoals in casu is vastgesteld, het verkeerslicht reeds 1,1 seconde rood licht uitstraalde op het moment, dat de bestuurder de stopstreep passeerde.
3.9. Voor zover het optreden van gladheid van het wegdek meebrengt, dat behoedzaam dient te worden geremd, hetgeen een langere remweg veroorzaakt, geldt dat de bestuurder dient te anticiperen op deze situatie en zijn snelheid tijdig bij nadering van verkeerslichten dient te verminderen. Indien de gemachtigde van de betrokkene niet tijdig heeft kunnen stoppen, betekent dit dat zij hetzij te snel heeft gereden, hetzij onvoldoende heeft geanticipeerd op het naderen van het verkeerslicht. Het hof merkt hierbij nog op dat de gemachtigde in haar beroepschrift d.d. 16 januari 2006 aangeeft het verkeerslicht met een snelheid van 75 à 80 km per uur te hebben benaderd en dat zij wist dat het betreffende verkeerslicht zich daar bevond.
3.10. Gelet op het voorgaande zijn er geen omstandigheden gebleken van dien aard dat deze het opleggen van de onderhavige administratieve sanctie niet billijken of welke tot matiging van de opgelegde sanctie dienen te leiden.
3.11. Derhalve zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Weenink, in tegenwoordigheid van Kuiper als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.