ECLI:NL:GHLEE:2007:BA1092
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.B. Bijl
- M.E. van Hilten
- E.M. Vrouwenvelder
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete en handhaving naheffingsaanslag omzetbelasting wegens onvolledige administratie
Belanghebbende, een vennootschap onder firma met twee kappersvestigingen, werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag omzetbelasting en een boete van 50% wegens het verwijderen van records uit de digitale kassa-administratie. De Belastingdienst constateerde via back-ups en een boekenonderzoek dat er substantiële omzet niet was verantwoord, mede doordat sessienummers en hoofdregelnummers ontbraken.
De inspecteur legde naheffingsaanslagen op over de jaren 1998 tot en met 2001, gebaseerd op extrapolaties van verwijderde transacties, en stelde een boete vast. Belanghebbende voerde aan dat de administratie voldeed aan de wettelijke eisen en gaf verklaringen voor het verwijderen van records, zoals foutieve invoer en correctiefacturen, die echter onvoldoende onderbouwd waren.
Het Hof oordeelde dat de administratie niet voldeed aan de eisen van artikel 52 AWR Pro, omdat substantiële omzet niet was verantwoord en de verwijderde records direct aansloten bij afspraken in het agenda- en kassasysteem zonder correctieboekingen. De naheffingsaanslag werd gehandhaafd, maar de boete werd gematigd met 10% vanwege het tijdsverloop en andere omstandigheden, waardoor deze werd verminderd tot €2.129.
Het Hof veroordeelde de inspecteur tevens in de proceskosten en gelastte vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende. Deze uitspraak bevestigt het belang van een volledige en betrouwbare administratie en de gevolgen van het niet naleven daarvan in belastingzaken.
Uitkomst: De boete wordt verminderd tot €2.129 en de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt gehandhaafd.