ECLI:NL:GHLEE:2007:AZ9682
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Breemhaar
- Hidma
- Streppel
- Rechtspraak.nl
Bewindvoerder niet aansprakelijk voor afstand pachtrechten nalatenschap
De zaak betreft een geschil tussen drie erfgenamen en de bewindvoerder over het beheer van een nalatenschap na het overlijden van hun vader in 1985. De vader had in zijn testament een bewind ingesteld over de nalatenschap, waarbij zijn zwager als bewindvoerder was benoemd. De erfgenamen stelden dat de bewindvoerder onrechtmatig had gehandeld door zonder recht medewerking te verlenen aan het om niet afstand doen van pachtrechten die tot de nalatenschap behoorden.
De rechtbank wees de vordering van de erfgenamen af, waarna hoger beroep werd ingesteld. Het hof stelde vast dat de erfgenamen destijds minderjarig waren en dat de moeder de voogdij uitoefende. De afstand van de pachtrechten was verricht met medewerking van zowel de bewindvoerder als de moeder, in overeenstemming met de testamentaire bepalingen. Er was geen sprake van een vernietigingsgrond zoals bedoeld in art. 1:347 BW Pro.
Het hof oordeelde dat de erfgenamen zelf ook via hun wettelijke vertegenwoordiger medewerking hadden verleend aan de rechtshandeling. Zonder bijzondere omstandigheden kon dit niet worden gekwalificeerd als een toerekenbaar tekortschieten of onrechtmatige daad van de bewindvoerder. De vorderingen werden daarom afgewezen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. De erfgenamen werden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van de erfgenamen af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.