ECLI:NL:GHLEE:2007:AZ7641
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Mollema
- Zuidema
- Kuiper
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis voorzieningenrechter inzake onrechtmatige uitingen jegens notariskantoor
In deze zaak stond de vraag centraal of appellante onrechtmatige uitingen had gedaan jegens geïntimeerden, waaronder een notariskantoor, door frequent bedragen over te maken met beledigende en insinuërende teksten. De voorzieningenrechter van de rechtbank Assen had reeds geoordeeld dat deze uitingen onrechtmatig waren en voorzieningen toegewezen.
Appellante ging in hoger beroep tegen dit vonnis en voerde onder meer aan dat geïntimeerden haar gedrag hadden uitgelokt en dat zij niet de bedoeling had om de goede naam van geïntimeerden te schaden. Het hof nam de feiten zoals vastgesteld door de voorzieningenrechter over en oordeelde dat de uitingen ook aan derden, zoals medewerkers en bankmedewerkers, bekend konden worden en daarmee de eer en goede naam van geïntimeerden konden aantasten.
Het hof stelde dat de emotionele context waarin appellante handelde niet afdoet aan de onrechtmatigheid, zeker omdat zij bleef doorgaan met de uitingen. Het verweer van eigen schuld door geïntimeerden werd niet aannemelijk geacht. De door de voorzieningenrechter opgelegde dwangsommen werden als passend en gerechtvaardigd beoordeeld.
Het hof bekrachtigde het vonnis van 2 augustus 2006 en veroordeelde appellante in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat appellante verbiedt onrechtmatige uitingen te doen en veroordeelt haar in de kosten.