ECLI:NL:GHLEE:2007:AZ6016
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Zuidema
- Kuiper
- Breemhaar
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kennelijk onredelijke opzegging arbeidsovereenkomst en toereikendheid voorzieningen
In deze zaak staat centraal de vraag of de opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever als kennelijk onredelijk moet worden aangemerkt. De werknemer stelt dat de gevolgen van de opzegging voor hem te ernstig zijn in verhouding tot het belang van de werkgever bij de opzegging, mede gelet op de getroffen voorzieningen en zijn mogelijkheden om ander passend werk te vinden. De werkgever betwist dit.
Het hof bevestigt de feiten zoals vastgesteld door de kantonrechter en benadrukt dat de kantonrechtersformule niet van toepassing is op schadevergoeding bij kennelijk onredelijke opzegging. Verder stelt het hof vast dat de voorzieningen die de werkgever ten behoeve van de werknemer heeft getroffen, los van het sociaal plan, als toereikend moeten worden beschouwd.
De werknemer heeft onvoldoende feiten gesteld om het oordeel te weerleggen dat de voorzieningen toereikend zijn. Daarom wordt de opzegging niet als kennelijk onredelijk aangemerkt. Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt de werknemer in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De opzegging van de arbeidsovereenkomst wordt niet als kennelijk onredelijk aangemerkt en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.