ECLI:NL:GHLEE:2006:AZ5600
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Mollema
- Kuiper
- Zandbergen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering tot afstand bankgarantie in arbeidsgeschil
Schmidt-Bretten vorderde in kort geding dat geïntimeerde afstand zou doen van het restant van een bankgarantie, gegeven ter verzekering van rechten uit een arbeidsovereenkomst. Deze vordering was gebaseerd op een dading tussen partijen van 2 februari 2006.
Het hof oordeelde dat aan een dergelijke voorziening dezelfde eisen moeten worden gesteld als aan een geldvordering in kort geding, waarbij een spoedeisend belang en concrete feiten en omstandigheden moeten worden gesteld. Schmidt-Bretten stelde dit niet, waardoor zij niet ontvankelijk werd verklaard.
Daarnaast was er onenigheid over de hoogte van het bedrag dat geïntimeerde nog toekomt uit het dienstverband. Schmidt-Bretten had de eindafrekening afhankelijk gesteld van een eenzijdige voorwaarde waarbij geïntimeerde afstand moest doen van de bankgarantie, hetgeen niet in de dading was overeengekomen.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het de afwijzing van de vordering betrof, veroordeelde Schmidt-Bretten in de kosten van het hoger beroep en verklaarde het arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Schmidt-Bretten wordt niet ontvankelijk verklaard in haar vordering tot afstand van het restant van de bankgarantie.