ECLI:NL:GHLEE:2006:AZ1833
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Keur
- Bax-Stegenga
- Voorink
- Mollema
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake borgstelling en overeenkomsten tussen Dedert en appellant
In deze civiele procedure staat de geldigheid van borgstellingen en overeenkomsten tussen appellant en Dedert Europe Holding B.V. centraal. Appellant stelde dat zijn toenmalige echtgenote de borgstelling had vernietigd, maar het hof oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs leverde dat het vernietigingsverzoek Dedert had bereikt.
Het hof bevestigde dat appellant zich in zijn memorie van grieven had berust in het oordeel van de rechtbank over de overeenkomsten van 16 januari 1998, waardoor hij niet-ontvankelijk werd verklaard voor grieven daartegen. De overige grieven tegen het vonnis van 26 november 2003 met betrekking tot de overeenkomst van 26 januari 1998 werden inhoudelijk behandeld.
Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het hof verwierp een laat ingebrachte stelling over een verificatievergadering wegens strijd met de procesorde. Het vonnis van de rechtbank werd voor het overige bekrachtigd, waarbij appellant werd veroordeeld tot betaling van een bedrag aan Dedert c.s.
Uitkomst: Appellant wordt deels niet-ontvankelijk verklaard en het vonnis van de rechtbank wordt voor het overige bekrachtigd met veroordeling in de kosten.