ECLI:NL:GHLEE:2006:AW1865
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Kuiper
- Breemhaar
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid arbitragebeding en incidentele vordering onbevoegdheid
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of de rechtbank Leeuwarden bevoegd was om kennis te nemen van het geschil tussen partijen, dan wel dat de Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven bevoegd was op grond van een arbitragebeding in een schriftelijke offerte van januari 2001.
De appellant stelde een incidentele vordering in tot onbevoegdheid van de rechtbank, gebaseerd op een arbitragebeding in de offerte. De geïntimeerde betwistte dat op basis van deze offerte een overeenkomst tot stand was gekomen. De appellant verwees vervolgens naar een latere overeenkomst van augustus 2001, waarin de geïntimeerde zich verbond de oorspronkelijke offerte opnieuw aan te bieden.
Het hof concludeerde dat de oorspronkelijke offerte niet was aanvaard en dat een eventuele overeenkomst op die grond niet direct ten grondslag lag aan de vordering. Ook was onvoldoende gesteld dat uitvoering was gegeven aan de latere overeenkomst. Daarom wees het hof de incidentele vordering af en bekrachtigde het het vonnis van de rechtbank. De appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het hof wees tussentijds cassatieberoep af en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het hof wijst de incidentele vordering van onbevoegdheid af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.