ECLI:NL:GHLEE:2006:AV7514
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Aardema
- Rechtspraak.nl
Verzoek om proceskostenvergoeding na intrekking bezwaar onroerende-zaakbelastingen afgewezen
Belanghebbende kreeg aanslagen onroerende-zaakbelastingen opgelegd voor zijn woning met een heffingsgrondslag van €98.470. Hij maakte bezwaar en diende een beroepschrift in bij het hof. Tijdens de procedure werd de waarde van de woning opnieuw vastgesteld op €84.666. Belanghebbende trok het beroep in, waarbij hij aangaf dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Na intrekking verzocht belanghebbende alsnog om proceskostenvergoeding en vergoeding van het griffierecht. Het hof oordeelde dat het verzoek tot proceskostenvergoeding niet tijdig was ingediend, omdat het niet gelijktijdig met de intrekking van het beroep was gedaan, zoals vereist in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht. Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
Ook het verzoek tot vergoeding van het griffierecht werd buiten behandeling gelaten, omdat na intrekking van het beroep de vergoeding van griffierechten een zaak is van het bestuursorgaan en niet afdwingbaar is via het hof. Het hof deed de uitspraak in het openbaar en zond het proces-verbaal aan partijen toe.
Uitkomst: Het verzoek tot proceskostenvergoeding en griffierechtvergoeding is niet-ontvankelijk verklaard.