ECLI:NL:GHLEE:2006:AV5258
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Dijkstra
- Weenink
- Van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over zichtbelemmerende folie op ruiten bedrijfsauto en lichtdoorlaatbaarheidseisen
De betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €95 opgelegd wegens het aanbrengen van zichtdoorlaatbaarheid beperkende folie op de voor- en zijruiten van een bedrijfsauto, wat volgens de verbalisant het uitzicht van de bestuurder belemmerde in strijd met artikel 5.3.42 van het Voertuigreglement.
In hoger beroep werd aangevoerd dat de auto standaard met ruiten geleverd wordt die voldoen aan de Europese richtlijn 92/22/EEG, waarin minimale lichtdoorlaatbaarheidseisen van 75% voor de voorruit en 70% voor overige ruiten zijn opgenomen. De betrokkene stelde dat het aanbrengen van folie niet per definitie leidt tot zichtbelemmering en dat de subjectieve waarneming van de verbalisant niet beslissend mag zijn.
Het hof oordeelt dat zichtbelemmering objectief moet worden vastgesteld en dat de genoemde Europese richtlijn een goed uitgangspunt is voor de beoordeling. Het hof acht zich echter onvoldoende voorgelicht over de vraag of de ruiten van het betreffende voertuig bij ingebruikname aan deze minimumeisen voldeden en draagt de advocaat-generaal op hierover binnen vier weken nadere informatie te verstrekken.
De verdere beslissing wordt aangehouden totdat deze informatie is verkregen. Hiermee benadrukt het hof het belang van objectieve toetsing aan wettelijke en Europese normen bij het vaststellen van zichtbelemmering door folie op autoruiten.
Uitkomst: Het hof houdt de beslissing aan en verzoekt om nadere informatie over de lichtdoorlaatbaarheid van de ruiten bij ingebruikname van het voertuig.