ECLI:NL:GHLEE:2006:AV5248
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Dijkstra
- Weenink
- Van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging overtreding lichtdoorlaatbaarheidseisen autoruitcoating
De betrokkene bracht een coating aan op de rechterzijruit van zijn personenauto, waardoor de ruit aanzienlijk donkerder werd. Dit leidde tot een administratieve sanctie wegens het belemmeren van het uitzicht van de bestuurder, conform artikel 5.2.42 van het Voertuigreglement. De betrokkene erkende het aanbrengen van de coating, maar ontkende dat het zicht werd belemmerd en voerde aan dat de coating vergelijkbaar was met het dragen van een zonnebril.
Het hof stelde vast dat noch het Voertuigreglement, noch de daarop gebaseerde Regeling permanente eisen een concrete definitie geeft van wat een verboden verkleuring is, maar dat de Europese richtlijn 92/22/EEG duidelijke eisen stelt aan de minimale lichtdoorlaatbaarheid van autoruiten: minimaal 75% voor de voorruit en 70% voor de zijruiten. Met een speciaal meetinstrument, de Tintman Photoptic Vehicle Tint Tester, werd vastgesteld dat de lichtdoorlaatbaarheid van de behandelde ruit niet hoger was dan 50%, wat onder de norm ligt.
Het hof oordeelde dat een coating die de lichtdoorlaatbaarheid onder deze normen brengt het zicht van de bestuurder belemmert en daarmee een overtreding van artikel 5.2.42 VR oplevert. Het argument van de betrokkene dat een coating vergelijkbaar is met een zonnebril werd verworpen, omdat een coating een semi-permanent karakter heeft. De beslissing van de kantonrechter werd dan ook bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de sanctie wegens het aanbrengen van een coating die de lichtdoorlaatbaarheid van de zijruit onder de wettelijke norm brengt en daarmee het zicht van de bestuurder belemmert.