ECLI:NL:GHLEE:2006:AV0839
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Zuidema
- Kuiper
- Verstappen
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt afwijzing schadevergoeding in verzekeringsgeschil over inbraak
Appellanten [appellant 1] en [appellant 2] vorderden schadevergoeding van Achmea en Aegon wegens een vermeende inbraak op 23 december 1998 in hun woning, waarbij zij respectievelijk ƒ 49.353,-- en ƒ 25.647,-- claimden. Achmea en Aegon deden aangifte van verzekeringsfraude, waarna de rechtbank de vorderingen van appellanten afwees wegens onvoldoende bewijs van de inbraak.
In hoger beroep voerden appellanten onder meer aan dat zij ten tijde van de inbraak in Polen verbleven en dat zij in de strafzaak vrijgesproken waren, wat volgens hen omkering van de bewijslast rechtvaardigde. Het hof verwierp deze grieven omdat appellanten geen bewijs van hun verblijf in Polen konden overleggen en de vrijspraak in de strafzaak niet dwingend bewijs vormt voor het civiele geschil.
Het hof benadrukte dat de bewijslast voor het aantonen van de inbraak bij appellanten ligt en dat de rechtbank de afwijzing van hun vorderingen gemotiveerd had. Het bewijsaanbod van appellanten werd als irrelevant gepasseerd. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellanten in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de schadevorderingen af wegens onvoldoende bewijs van de inbraak.