ECLI:NL:GHLEE:2005:AU6568

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
27 juli 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 05-00646
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Wagtendonk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 61a RVV 1990Art. 11 WAHV
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gerechtshof Leeuwarden wijzigt sanctie voor vasthouden mobiele telefoon tijdens rijden

De betrokkene werd administratief gesanctioneerd wegens het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden, een overtreding van artikel 61a RVV 1990. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond maar matigde de sanctie tot 100 euro.

De betrokkene erkende het vasthouden van de telefoon, maar betwistte dat er sprake was van een overtreding omdat er niet mee werd getelefoneerd. Het hof oordeelde dat het enkel vasthouden van de telefoon al een overtreding vormt, ongeacht het gebruik ervan.

Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter omdat deze het beroep ten onrechte ongegrond verklaarde terwijl de sanctie was gematigd. Het beroep werd daarom gedeeltelijk gegrond verklaard, de sanctie aangepast naar 100 euro en een deel van de reeds betaalde boete werd gerestitueerd.

Uitkomst: Het hof verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond en wijzigt de sanctie tot 100 euro met restitutie van 40 euro.

Uitspraak

WAHV 05/00646
27 juli 2005
CJIB 39074939293
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te Arnhem
van 9 maart 2005
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Arnhem ongegrond verklaard en het sanctiebedrag gematigd tot euro 100,-. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van euro 140,- opgelegd ter zake van "als bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden" (feitcode R545), welke gedraging zou zijn verricht op 7 juli 2004 op de Molenweg te Nijmegen.
3.2. De betrokkene ontkent niet dat zij tijdens het rijden de mobiele telefoon heeft vastgehouden maar stelt dat zij niet met het toestel heeft getelefoneerd en dat er derhalve geen sprake is van een overtreding.
3.3. De bij feitcode R545 behorende gedraging is een overtreding van
art. 61a RVV 1990. Deze bepaling houdt het volgende in: "Het is degene die een motorvoertuig, bromfiets of invalidenvoertuig bestuurt verboden tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden.".
3.4. De in het zaakoverzicht opgenomen ambtsedige verklaring van de verbalisant houdt in, voor zover van belang:
"Gedragingsgegevens: Ik zag dat de bestuurder tijdens het rijden een op een telefoon gelijkend voorwerp met zijn (het hof leest: haar) linkerhand vasthield. Bij de staandehouding zag ik dat het een mobiele telefoon betrof.".
3.5. Het hof ziet geen aanleiding te twijfelen aan de waarneming van de verbalisant. Naar het oordeel van het hof is derhalve komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Dat de betrokkene niet met het toestel heeft getelefoneerd maakt dit (wat hier ook van zij) gelet op hetgeen onder 3.3. is weergegeven niet anders. Het enkel vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden levert reeds een overtreding op van het in art. 61a RVV 1990 bepaalde.
3.6. Niettemin kan de beslissing van de kantonrechter niet worden bevestigd. Nu de kantonrechter de sanctie heeft gematigd tot euro 100,- had de kantonrechter het beroep gedeeltelijk gegrond moeten verklaren. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter vernietigen, het bij de kantonrechter ingestelde beroep gedeeltelijk gegrond verklaren en het bedrag van de sanctie in de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking wijzigen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
wijzigt het bedrag van de sanctie in de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking in euro 100,-;
bepaalt dat een deel van hetgeen door de betrokkene op voet van art. 11 WAHV Pro tot zekerheid is gesteld, te weten een bedrag van euro 40,- aan haar wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Wagtendonk, in tegenwoordigheid van
mr. Meijering als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.