ECLI:NL:GHLEE:2005:AU3919

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
5 oktober 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
Rolnummer 0500161
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Mollema
  • Streppel
  • Verschuur
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 337 lid 2 RvArt. 75 lid 1 Rv
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken toestemming tussentijds appel

Demolition Tools heeft in eerste aanleg een incident van onbevoegdheid opgeworpen, stellende dat het Ambtsgericht te Dresden bevoegd is in plaats van de rechtbank Leeuwarden. De rechtbank wees deze incidentele vordering af in een tussenvonnis van 2 februari 2005 en verwees de hoofdzaak voor verdere behandeling naar de rol.

Demolition Tools stelde hoger beroep in tegen dit tussenvonnis zonder dat de rechter in eerste aanleg toestemming had gegeven voor tussentijds appel, terwijl artikel 337 lid 2 Rv Pro dit verbiedt tenzij uitzonderingen van artikel 75 Rv Pro van toepassing zijn. Het hof oordeelt dat geen toestemming is verleend en geen uitzonderingsgrond aanwezig is, waardoor Demolition Tools niet-ontvankelijk is in haar hoger beroep.

Het hof veroordeelt Demolition Tools tot betaling van de kosten van het hoger beroep. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer van het Gerechtshof Leeuwarden op 5 oktober 2005.

Uitkomst: Demolition Tools is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep wegens het ontbreken van toestemming voor tussentijds appel.

Uitspraak

Arrest d.d. 5 oktober 2005
Rolnummer 0500161
HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN
Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:
Demolition Tools BV,
gevestigd te Surhuisterveen,
appellante,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna te noemen: Demolition Tools,
procureur: mr J.V. van Ophem,
tegen
CPM GmbH Baumaschinenhandel-projektmanagement,
gevestigd te Fichtenwalde (Duitsland),
geïntimeerde,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna te noemen: CPM,
procureur: mr V.M.J. Both.
Het geding in eerste instantie
In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen uitgesproken op 8 december 2004 en 2 februari 2005 door de rechtbank te Leeuwarden.
Het geding in hoger beroep
Bij exploot van 1 maart 2005 is door Demolition Tools hoger beroep ingesteld van het vonnis d.d. 2 februari 2005 met dagvaarding van CPM tegen de zitting van 6 april 2005.
De conclusie van de memorie van grieven luidt:
"dat het uw rechtbank moge behagen te vernietigen het incidentele vonnis op 2 februari 2005, door de rechtbank Leeuwarden tussen partijen gewezen en, opnieuw recht doende, de incidentele vordering van appellante, alsnog toe te wijzen en geïntimeerde te veroordelen in de kosten van beide procedures."
Bij memorie van antwoord is door CPM verweer gevoerd met als conclusie:
"het vonnis waarvan beroep te bevestigen met veroordeling van appellante in de kosten van het hoger beroep."
Tenslotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.
De grieven
Demolition Tools heeft drie grieven opgeworpen.
De beoordeling
1. Demolition Tools heeft in eerste aanleg een incident van onbevoegdheid opgeworpen, stellende dat niet de rechtbank Leeuwarden, maar het Ambtsgericht te Dresden bevoegd is van het tussen partijen gerezen geschil kennis te nemen.
2. Bij haar vonnis d.d. 2 februari 2005, waarvan beroep, heeft de rechtbank Leeuwarden de incidentele vordering afgewezen en de hoofdzaak voor verder procederen (conclusie van antwoord) naar de rol verwezen.
3. Bedoeld vonnis is een tussenvonnis waartegen - krachtens het bepaalde in artikel 337 lid 2 Rv Pro - tussentijds beroep niet is toegestaan, tenzij de rechter in eerste aanleg anders heeft bepaald of artikel 75 Rv Pro, eerste lid van toepassing is. Nu de rechter in eerste aanleg geen toestemming heeft gegeven voor tussentijds appel en zich het tegengestelde voordoet van hetgeen in artikel 75 lid 1 Rv Pro is geregeld, kan Demolition Tools thans niet in haar appel worden ontvangen.
4. Demolition Tools zal, als de in het ongelijk te stellen partij, de kosten van deze procedure in hoger beroep hebben te dragen (salaris procureur: 1 punt tarief 2).
Beslissing
Het gerechtshof:
verklaart Demolition Tools niet-ontvankelijk in haar appel tegen het tussen partijen gewezen tussenvonnis van de rechtbank Leeuwarden d.d. 2 februari 2005;
veroordeelt Demolition Tools in de kosten van deze procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van CPM bepaald op Euro 291,-- aan verschotten en op Euro 894,-- aan salaris voor de procureur.
Aldus gewezen door mrs Mollema, voorzitter, Streppel en Verschuur, raden, en uitgesproken door mr Streppel, vice-president, lid van een enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mevrouw Haites-Verbeek als griffier ter openbare terechtzitting van dit hof van woensdag 5 oktober 2005.