ECLI:NL:GHLEE:2005:AU1621
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- prof. mr. Aardema
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde golfbaan met onderscheid bespeelbaar en niet-bespeelbaar terrein
Het geschil betreft de vaststelling van de WOZ-waarde van een onroerende zaak, een golfbaan gelegen aan de a-weg 2 te Z, voor het tijdvak 2001-2004 met waardepeildatum 1 januari 1999. De heffingsambtenaar had de waarde aanvankelijk vastgesteld op ƒ 8.156.000,-- (€ 3.701.031,--), later verlaagd naar ƒ 6.356.000,-- (€ 2.884.227,--). Belanghebbende betwistte de waarde, met name voor het niet bespeelbare deel van het terrein.
Tijdens de beroepsprocedure werd duidelijk dat de totale oppervlakte 502.257 m2 bedraagt, waarvan 218.850 m2 bespeelbaar is, 244.081 m2 niet bespeelbaar en 38.034 m2 bos. De heffingsambtenaar hanteerde een waarde van ƒ 8,-- per m2 voor zowel bespeelbaar als niet bespeelbaar terrein, behalve voor het bosgebied waar een lagere waarde geldt. Belanghebbende stelde een lagere waarde voor het niet bespeelbare terrein voor.
Het hof oordeelde dat het niet bespeelbare terrein, dat wel wordt onderhouden en onontbeerlijk is voor de golfbaan, gelijkwaardig gewaardeerd mag worden aan het bespeelbare terrein, met uitzondering van het bos. De heffingsambtenaar had in de beroepsfase een lagere totaalwaarde voorgesteld van ƒ 6.147.000,-- (€ 2.789.386,--), welke het hof vaststelde. Tevens werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de golfbaan wordt vastgesteld op € 2.789.386 met vergoeding van proceskosten aan belanghebbende.