ECLI:NL:GHLEE:2005:AT9779
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de rechtmatigheid van een verzuimboete wegens te late betaling omzetbelasting
Belanghebbende kreeg een verzuimboete van €140 opgelegd wegens te late betaling van de omzetbelasting over het eerste kwartaal van 2004. Hij betaalde op 3 mei 2004, terwijl de betaling vóór 1 mei 2004 had moeten plaatsvinden. Belanghebbende voerde aan dat de betaling vertraagd was door een defecte random-reader van zijn bank en dat hij via een spoedopdracht alsnog had betaald.
De inspecteur handhaafde de boete en wees erop dat er in de voorgaande 24 maanden al tweemaal sprake was geweest van betalingsverzuim, wat de boete rechtvaardigt volgens artikel 67c AWR en het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998. Belanghebbende ontkende kennis te hebben gehad van een van de eerdere verzuimen, maar het hof achtte de inspecteur geloofwaardig en concludeerde dat de boete terecht was opgelegd.
Het hof oordeelde dat de storing bij de bank in de risicosfeer van belanghebbende ligt en geen reden vormt om de boete te vernietigen. De grieven van belanghebbende werden ongegrond verklaard en het beroep werd verworpen. Er werden geen proceskosten aan de zijde van partijen toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de verzuimboete van €140 wegens te late betaling omzetbelasting wordt ongegrond verklaard.