ECLI:NL:GHLEE:2005:AT9064
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Dijkstra
- Koers-Van der Linden
- Wemes
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep poging tot doodslag met mes in borststreek
Verdachte heeft geprobeerd het slachtoffer met een mes in de borststreek te steken, wat als een ernstige bedreiging van diens lichamelijke integriteit wordt aangemerkt. Verdachte heeft een voorgeschiedenis van geweldsdelicten. Tijdens het incident ontstond een confrontatie waarbij verdachte het slachtoffer meerdere keren heeft gestoken.
De verdediging voerde noodweer, putatief noodweer en noodweerexces aan, maar het hof verwierp deze verweren omdat niet aannemelijk was dat sprake was van een onmiddellijke wederrechtelijke aanval door het slachtoffer. Psychiatrisch onderzoek toonde aan dat verdachte ten tijde van het delict leed aan een obsessieve-compulsieve stoornis en een persoonlijkheidsstoornis, waardoor het feit hem in verminderde mate kan worden toegerekend.
Verdachte is sinds februari 2004 vrijwillig in behandeling en onder elektronisch toezicht gesteld. Gezien zijn persoonlijke omstandigheden, de aard van het delict en het advies van de reclassering, legde het hof een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op van 270 dagen, een werkstraf van 240 uur, en een periode van elektronisch toezicht. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet ontvankelijk verklaard en moet bij de burgerlijke rechter worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 270 dagen gevangenisstraf, waarvan 236 dagen voorwaardelijk, met werkstraf en elektronisch toezicht wegens poging tot doodslag.