ECLI:NL:GHLEE:2005:AT4381
Gerechtshof Leeuwarden
- Proceskostenveroordeling
- Dijkstra
- Poelman
- Weenink
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid bij administratieve sanctie wegens snelheidsovertreding
De betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het overschrijden van de maximumsnelheid op een autosnelweg. Tegen de beslissing van de officier van justitie werd beroep ingesteld, maar de kantonrechter verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk wegens vermeende termijnoverschrijding.
In hoger beroep stelde het hof vast dat het beroepschrift mogelijk toch tijdig per post was verzonden en derhalve het beroep ontvankelijk was. Tevens oordeelde het hof dat de officier van justitie niet correct had gehandeld door de betrokkene niet zelf in de gelegenheid te stellen gronden van het beroep in te dienen.
De betrokkene erkende de overtreding, waardoor het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond werd verklaard. Het hof vernietigde de eerdere beslissingen en veroordeelde de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene. De zaak werd uit proceseconomische overwegingen zonder zitting afgedaan.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de advocaat-generaal wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van 201,25 euro.