ECLI:NL:GHLEE:2005:AT4187
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.S. Pruiksma
- F.J.W. Drion
- J.W. Keuning
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ondernemerschap voor toepassing ondernemersfaciliteiten in inkomstenbelasting 2000
Belanghebbende voerde van 1998 tot 2000 chauffeurswerkzaamheden uit, nadat hij zijn importonderneming had beëindigd. Hij stelde zich op het standpunt dat hij als ondernemer moest worden aangemerkt en aanspraak kon maken op ondernemersfaciliteiten zoals de zelfstandigenaftrek en fiscale oudedagsreserve.
De inspecteur stelde dat de werkzaamheden geen onderneming vormden, maar inkomsten uit andere arbeid, en legde een navorderingsaanslag op. Het hof stelde vast dat bij het eerste boekenonderzoek in 1998 geen sprake was van een onderneming wegens het ontbreken van bedrijfsactiviteiten, en dat het latere boekenonderzoek in 2002 een nieuw feit aan het licht bracht dat rechtvaardigde navordering.
Het hof overwoog dat belanghebbende vrijwel uitsluitend voor één opdrachtgever werkte, geen activa bezat en geen duurzaam kapitaal- en arbeidsorganisatie had. Ook waren de financiële risico's niet concreet aangetoond als ondernemersrisico's. Daarom kon belanghebbende geen ondernemer worden geacht en waren de ondernemersfaciliteiten niet van toepassing.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag gehandhaafd.