ECLI:NL:GHLEE:2005:AT4185
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de rechtmatigheid en hoogte van een belastingboete wegens onjuiste aangifte inkomstenbelasting 2002
Belanghebbende diende voor het jaar 2002 een aangifte inkomstenbelasting in met een verzamelinkomen van €23.161. De inspecteur stelde het verzamelinkomen bij op €27.223 en legde een boete op van €1.713, welke na bezwaar werd verminderd tot €812. Het geschil betrof de rechtmatigheid en hoogte van deze boete.
Belanghebbende voerde aan dat hij niet willens en wetens onjuiste gegevens had verstrekt en dat de boete onjuist was berekend. De inspecteur stelde dat sprake was van (voorwaardelijke) opzet. Het hof stelde vast dat belanghebbende zijn reiskosten woon-werkverkeer onterecht als buitengewone ziektekosten had opgevoerd, terwijl hij daarvoor een aparte rubriek had kunnen gebruiken.
Het hof oordeelde dat belanghebbende bewust de kans aanvaardde dat hierdoor te weinig belasting werd geheven, hetgeen onder voorwaardelijke opzet valt. De boete van 50% over het verschil in belasting werd passend geacht. Het beroep werd ongegrond verklaard en de boete bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de opgelegde boete van €812 wegens onjuiste aangifte inkomstenbelasting 2002 wordt ongegrond verklaard.