ECLI:NL:GHLEE:2005:AT0463
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Aardema
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag en boete inzake woonplaats bij BPM-controle
Belanghebbende kreeg op 12 oktober 1998 een naheffingsaanslag en boete opgelegd voor de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM). Het geschil betrof de vraag waar belanghebbende ten tijde van de controle op 22 april 1998 woonde in de zin van artikel 4 AWR Pro. Belanghebbende stelde dat hij in Duitsland woonde, terwijl de inspecteur stelde dat hij in Nederland woonde.
Het hof stelde vast dat belanghebbende op 22 april 1998 feitelijk woonde aan de a-straat 21 te Z in Nederland, mede gelet op inschrijvingen, verzekeringen, bankgegevens en administratieve controles. De stelling van belanghebbende dat hij in Duitsland woonde, werd onvoldoende aannemelijk gemaakt.
Het hof oordeelde dat belanghebbende grove schuld had aan het niet naleven van de BPM-regels en bevestigde de vergrijpboete, maar matigde deze met 10% wegens overschrijding van de redelijke termijn. De naheffingsaanslag en boete werden verminderd tot respectievelijk € 3.102 en € 698,06. Tevens werden proceskosten toegekend aan belanghebbende.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en boete BPM werden verminderd en het beroep van belanghebbende gegrond verklaard.