ECLI:NL:GHLEE:2005:AS2298
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Hermans
- Makkinga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis inzake aansprakelijkheid en schadestaatprocedure bij ontbinding overeenkomst
In deze civiele zaak stond de aansprakelijkheid van [appellant] voor de nadelige gevolgen van het afbreken van onderhandelingen en de ontbinding van een overeenkomst centraal. Het hof benadrukte dat voor verwijzing naar een schadestaatprocedure niet alleen aansprakelijkheid moet zijn vastgesteld, maar ook aannemelijk moet zijn dat er schade is geleden door [geïntimeerde].
Het hof overwoog dat, zelfs indien aansprakelijkheid wordt aangenomen, [geïntimeerde] haar schade redelijkerwijs had moeten beperken. Zo had zij de onroerende zaak, die zij op 6 april 2000 aan haar zusteronderneming had overgedragen, alsnog kunnen leveren aan [appellant] om schade te voorkomen. Er was geen bewijs dat dit niet mogelijk was.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat de vermeende directe winstderving van Hfl 687.500 niet aan [appellant] te wijten was en dat de potentiële winst van Hfl 2.000.000 geen schade vormde omdat [geïntimeerde] en haar zusteronderneming dit zelf konden realiseren. Het hof bevestigde dit oordeel en wees de meer subsidiaire vordering van [geïntimeerde] af. Tevens werd [geïntimeerde] veroordeeld in de kosten van het incidenteel hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de meer subsidiaire vordering van [geïntimeerde] af.