ECLI:NL:GHLEE:2004:AR6823
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Drion
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rendementsgrondslag en heffingsrente in inkomstenbelasting 2001
Belanghebbende is in geschil met de inspecteur over de vraag of een bedrag van €238.002 terecht is meegenomen in de rendementsgrondslag van artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en of de heffingsrente van €115 correct is vastgesteld.
Belanghebbende betoogde dat het bedrag slechts voor twee maanden meegewogen zou moeten worden of geheel niet, omdat het niet de reële weergave van zijn gemiddeld vermogen zou zijn. De inspecteur handhaafde de aanslag en heffingsrente. Het hof overwoog dat de wetgever bewust heeft gekozen voor een forfaitair rendement zonder tegenbewijsregeling en dat het bedrag op de begindatum van het jaar op de bankrekening stond, waardoor het terecht is meegenomen.
Verder stelde belanghebbende dat dubbele belastingheffing zou plaatsvinden door de combinatie met overdrachtsbelasting, wat het hof verwierp. Ook de heffingsrente werd door het hof als terecht vastgesteld beoordeeld, omdat de inspecteur verplicht is deze te berekenen en de termijnoverschrijding geen aanleiding geeft tot vermindering. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag en heffingsrente wordt ongegrond verklaard.