ECLI:NL:GHLEE:2004:AR5199
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Meijeringh
- Kuiper
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake vermeende medische aansprakelijkheid bij begeleiding bevalling en zorg AZG
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of het Academisch Ziekenhuis Groningen (AZG) toerekenbaar tekortgeschoten of onrechtmatig had gehandeld voorafgaand aan of tijdens de baring van de minderjarige zoon van appellanten. Appellanten voerden aan dat de verloskundige onvoldoende zorg had betracht en dat het partusverslag onjuist was opgesteld.
Het hof liet deskundigen van beide partijen aan het woord, die uiteenlopende meningen gaven over de verslaglegging, de interpretatie van de harttonen, de Apgar-score en de noodzaak van het inschakelen van een gynaecoloog of kinderarts. De verklaringen van de deskundigen en de verloskundige werden zorgvuldig gewogen.
Het hof concludeerde dat de verloskundige de zorg betrachtte die redelijkerwijs van haar verwacht mocht worden en dat het partusverslag grotendeels juist was, hoewel de Apgar-score te hoog was vastgesteld. Hoewel de kinderarts eerder had kunnen worden gewaarschuwd, was niet aannemelijk dat dit de situatie van de pasgeborene zou hebben verbeterd.
Daarom werd het vonnis van 15 december 2000 bekrachtigd en werden appellanten veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en oordeelt dat AZG niet toerekenbaar tekortgeschoten is in de zorg rondom de bevalling.