ECLI:NL:GHLEE:2004:AR3967
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- prof. mr. Aardema
- mr. Drion
- mr. Van der Meer
- Rechtspraak.nl
Geschil over waarde in het economische verkeer van een pand bij staking onderneming
Belanghebbende exploiteerde samen met haar echtgenoot een woninginrichtingsbedrijf en staakte deze onderneming per 31 december 2000. Het geschil betreft de waarde van het winkelpand dat van het ondernemingsvermogen naar het privévermogen moest worden overgebracht. Belanghebbende baseerde haar aangifte op een gezamenlijke taxatie van 6 december 2000 met een waarde van 335.000 gulden, terwijl de inspecteur een waarde van 700.000 gulden hanteerde.
De inspecteur voerde aan dat hij niet gebonden is aan de gezamenlijke taxatie, die alleen gold voor 31 december 1999 in verband met een geruisloze inbreng die niet doorging. Hij onderbouwde zijn standpunt met een taxatierapport van een deskundige van de belastingdienst. Belanghebbende stelde dat de inspecteur onvoldoende rekening hield met de slechte onderhoudstoestand en dat de huurprijs te hoog was.
Het hof oordeelde dat de inspecteur voldoende bewijs had geleverd voor de hogere waarde, mede gelet op de waardering volgens de Wet waardering onroerende zaken en de huurovereenkomst. De stelling van belanghebbende over slechte onderhoudstoestand en te hoge huurprijs werd niet aannemelijk geacht. De inspecteur is niet gebonden aan de gezamenlijke taxatie van 6 december 2000 omdat deze betrekking had op een andere peildatum en aanleiding.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt gehandhaafd op basis van een waarde van 700.000 gulden voor het pand.