ECLI:NL:GHLEE:2004:AR3391
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- mr Streppel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afgifte kind aan biologische ouders ondanks hechting bij wensouders
In deze civiele zaak stond de geschil tussen biologische ouders en wensouders centraal over de afgifte van een kind. De biologische ouders hadden vijf maanden na de geboorte van het kind de afgifte aan de wensouders gevraagd. De rechtbank had de wensouders bevolen het kind af te staan aan de biologische ouders, een beschikking die het hof bevestigde.
De wensouders voerden meerdere grieven aan, waaronder het betwisten van het gezag van de biologische ouders en het verzoek tot ontheffing van het ouderlijk gezag ten gunste van de wensouders. Het hof oordeelde dat het gezag van de biologische ouders niet zonder rechterlijke tussenkomst kan worden beëindigd en dat de verzoeken van de wensouders tot ontheffing en adoptie niet ontvankelijk of gegrond waren.
Deskundigenrapporten toonden aan dat het kind veilig gehecht was aan de wensouders, maar het hof stelde dat het belang van het kind primair is om door de biologische ouders te worden verzorgd, tenzij zwaarwegende belangen zich daartegen verzetten. Hoewel een wisseling van verzorgers risico's voor de ontwikkeling van het kind kan meebrengen, weegt dit niet zwaarder dan het recht van de biologische ouders. Het hof legde voorwaarden op voor een geleidelijke overgang en omgangsregeling.
De beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd, behalve de verbetering van de geboorteakte. Het beroep van de wensouders op het blokkaderecht werd afgewezen omdat niet was voldaan aan de wettelijke vereisten. Het hof besloot dat de wensouders het kind binnen twee weken aan de biologische ouders moeten afgeven, begeleid door de raad voor de kinderbescherming.
Uitkomst: De wensouders worden bevolen het kind binnen twee weken af te geven aan de biologische ouders onder begeleiding van de raad voor de kinderbescherming.