ECLI:NL:GHLEE:2004:AQ8087
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Zuidema
- Verschuur
- Kuiper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepasselijkheid AVV-CAO en kwalificatie arbeidsovereenkomst tussen werknemer en Duitse vennootschap in Nederland
In deze zaak stond centraal of de Duitse vennootschap Kinder und Jugendhäuser GmbH (KUJ) in Nederland gevestigd was in de zin van de AVV-CAO en of de arbeidsverhouding tussen partijen als een arbeidsovereenkomst onder Nederlands recht moest worden gekwalificeerd.
De werknemer, appellant, was vanaf januari 1996 werkzaam in woonhuizen van KUJ te Makkum en Tzum, waar Duitse kinderen werden opgevangen. Ondanks dat de overeenkomst in het Duits was opgesteld en KUJ haar zetel in Duitsland heeft, oordeelde het hof dat de werkzaamheden grotendeels in Nederland werden verricht en dat het Nederlandse recht van toepassing is. Het hof stelde vast dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst met een gezagsverhouding.
Het hof verwierp het standpunt van appellant dat de AVV-CAO van toepassing was op grond van het feit dat hij in Nederland werkte, aangezien KUJ niet in Nederland was gevestigd. Ook de subsidiaire vorderingen tot betaling van overuren en toeslagen werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van een gelijke positie met andere werknemers.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde partijen in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de arbeidsovereenkomst onder Nederlands recht valt, maar wijst de vorderingen van appellant af omdat KUJ niet onder de AVV-CAO valt en onvoldoende bewijs is geleverd voor betaling van overuren en toeslagen.