ECLI:NL:GHLEE:2004:AQ1837
Gerechtshof Leeuwarden
- Raadkamer
- Weenink
- Poelman
- Gorter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schadevergoeding na vrijspraak wegens detentie
Verzoeker heeft 666 dagen in voorlopige hechtenis doorgebracht in een strafzaak waarvan hij uiteindelijk op 13 november 2003 gemotiveerd werd vrijgesproken. Hij vordert schadevergoeding van in totaal €46.865 wegens de detentieperiode. Het hof heeft het verzoek in openbare raadkamer behandeld en vastgesteld dat verzoeker zijn zwijgrecht lange tijd heeft uitgeoefend, waardoor essentiële informatie voor zijn verdediging werd achtergehouden.
De verklaring die verzoeker op 4 augustus 2003 aflegde was cruciaal voor de beoordeling van zijn zaak en had logischerwijs eerder kunnen worden gegeven. Dit uitstel heeft geleid tot vertraging in de procesgang, waaronder een contra-expertise in het Pieter Baan Centrum. Het hof oordeelt dat de proceshouding van verzoeker, hoewel te respecteren, meebrengt dat er geen gronden van billijkheid zijn om schadevergoeding toe te kennen voor de periode tot 4 augustus 2003.
Ook voor de periode na 4 augustus 2003 tot de nadere zitting op 30 oktober 2003 en de daaropvolgende wettelijke termijn van 14 dagen acht het hof geen reden tot vergoeding. De strafzaak eindigde zonder strafoplegging en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatige detentie wordt afgewezen wegens het ontbreken van billijkheidsgronden.