ECLI:NL:GHLEE:2004:AP4898
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Dijkstra
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding bij verzet tegen dwangbevel
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €40 opgelegd voor het niet dragen van een autogordel op 29 maart 2002. Na meerdere aanmaningen stelde betrokkene op 30 oktober 2002 beroep in tegen de beschikking, maar dit werd wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard.
Op 26 maart 2003 vaardigde de officier van justitie een dwangbevel uit, dat op 31 maart 2003 aan betrokkene werd betekend. Betrokkene reageerde pas op 30 juli 2003 met een brief die door de officier van justitie werd opgevat als beroep tegen de eerdere niet-ontvankelijkverklaring, maar het hof oordeelt dat dit ook als verzet tegen het dwangbevel had kunnen worden beschouwd.
Het hof stelt vast dat het verzet tegen het dwangbevel niet tijdig is ingediend, omdat de termijn tot 14 april 2003 liep. Om proces-economische redenen wijst het hof de zaak niet terug naar de kantonrechter en verklaart betrokkene niet-ontvankelijk in het verzet. De eerdere beslissing van de kantonrechter wordt bevestigd.
Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het verzet tegen het dwangbevel wegens termijnoverschrijding en het beroep tegen de administratieve sanctie wordt bevestigd als niet-ontvankelijk.