ECLI:NL:GHLEE:2004:AP0065
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- prof. mr Aardema
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering tariefgroep 4 en aftrek levensonderhoud kind in inkomstenbelasting 2000
Belanghebbende, gescheiden en woonachtig te Z, werd voor het jaar 2000 aangeslagen in de inkomstenbelasting met een belastbaar inkomen van ƒ 18.240,-- en ingedeeld in tariefgroep 2. Zij had bezwaar gemaakt tegen deze aanslag en verzocht om indeling in tariefgroep 4 en aftrek van ƒ 8.280,-- voor kosten levensonderhoud van haar dochter.
De dochter woonde sinds november 1999 in Duitsland en liep een onbetaalde stage, waarbij zij een kamer huurde in L. Belanghebbende stelde dat zij haar dochter nagenoeg geheel had onderhouden en dat daarom de aftrek gerechtvaardigd was. De inspecteur betwistte dit en stelde dat er geen gezamenlijke huishouding was en dat niet aannemelijk was dat belanghebbende de kosten geheel droeg.
Het hof oordeelde dat geen sprake was van een gezamenlijke huishouding, mede omdat de dochter een kamer huurde in L. Verder vond het hof dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij de kosten van levensonderhoud van haar dochter geheel of nagenoeg geheel droeg. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 2000 wordt ongegrond verklaard.