ECLI:NL:GHLEE:2004:AO8648
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Dijkstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste niet-ontvankelijkverklaring bij zekerheidstelling WAHV
Betrokkene was in beroep gegaan tegen een administratieve sanctie opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV). De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat betrokkene niet tijdig zekerheid had gesteld voor betaling van de sanctie.
Betrokkene had echter aangevoerd dat hij de zekerheid had gesteld door zich te beroepen op verrekening met een nog niet ontvangen schadevergoeding, wat volgens het hof een onjuiste opvatting is van de verplichting tot zekerheidstelling zoals bedoeld in art. 11 WAHV Pro.
Het hof oordeelt dat de kantonrechter betrokkene niet niet-ontvankelijk had mogen verklaren zonder hem eerst te wijzen op het onmogelijke van verrekening en hem een nieuwe termijn te geven om alsnog zekerheid te stellen.
Daarom vernietigt het gerechtshof het vonnis van de kantonrechter en wijst de zaak terug naar de rechtbank te Amsterdam voor verdere behandeling, waarbij betrokkene een nieuwe termijn wordt gegeven om aan zijn verplichting te voldoen.
Het arrest is gewezen door mr. Dijkstra en uitgesproken in openbare zitting op 8 januari 2004.
Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en wijst de zaak terug voor nieuwe termijn zekerheidstelling.