ECLI:NL:GHLEE:2004:AO4459
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Aardema
- G.M. van der Meer
- H.G.M. Dijstelbloem
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag vennootschapsbelasting wegens vermogensverschuiving bedrijfspand
De zaak betreft de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over 1995 opgelegd aan belanghebbende, waarbij de inspecteur de belastbare winst heeft verhoogd met de waarde van een bedrijfspand dat door de aandeelhouder werd ingebracht en later tegen een te lage waarde aan hem werd overgedragen.
Belanghebbende voerde aan dat navordering niet mogelijk was wegens het ontbreken van een nieuw feit en ontkende dat het pand ooit eigendom was van haar. De inspecteur stelde dat sprake was van kwade trouw en dat de vermogensverschuiving een voordeel voor de aandeelhouder betrof.
Het hof oordeelde dat de economische eigendom van het pand vanaf de aanschaf bij belanghebbende lag en dat zij bewust onvolledige informatie aan de inspecteur had verstrekt, waardoor sprake was van kwade trouw. De overdracht aan de aandeelhouder vond plaats tegen een te lage waarde, wat een voordeel opleverde.
De navorderingsaanslag is terecht opgelegd en het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard. Proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 1995 wordt ongegrond verklaard.