ECLI:NL:GHLEE:2004:AO3749
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Meijeringh
- Breemhaar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis inzake tekortkoming en onrechtmatigheid in onderaannemingsovereenkomst
In deze civiele procedure stond centraal de vraag of een overeenkomst uit augustus 1999 een overeenkomst van onderaanneming betrof of een koop en verkoop van contractuele rechten en verplichtingen. Stichting ACMN stelde dat er geen sprake was van onderaanneming maar van koop en verkoop, hetgeen door het hof werd verworpen. Het hof nam de feiten zoals vastgesteld door de rechtbank Assen over.
De stichting ACMN had hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 8 januari 2003, waarin haar vorderingen grotendeels waren afgewezen. Het hof oordeelde dat de gronden van het hoger beroep onvoldoende waren omdat vaststond dat sprake was van een onderaannemingsovereenkomst en niet van een verboden verkoop van het werk. De stichting werd niet ontvankelijk verklaard voor haar beroep voor zover het ging om onrechtmatige daad en reconventie.
Het hof bevestigde dat geïntimeerde eindverantwoordelijk bleef voor het werk en dat er geen sprake was van toerekenbare tekortkoming. De stichting ACMN werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken door een enkelvoudige kamer van het Gerechtshof Leeuwarden op 4 februari 2004.
Uitkomst: Het hoger beroep van stichting ACMN wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank Assen wordt bekrachtigd.