ECLI:NL:GHLEE:2004:AO3002
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.S. Pruiksma
- F.J.W. Drion
- J. Huiskes
- Rechtspraak.nl
Navordering vermogensbelasting en oplegging boete wegens onjuiste waardering onroerend goed
Belanghebbende werd aanvankelijk voor 1998 aangeslagen op een belastbaar vermogen van ƒ 1.392.583,-. Na onderzoek stelde de inspecteur de waarde van de panden aan de A-kade aanzienlijk hoger vast en legde een navorderingsaanslag op met een boete van 25% wegens grove schuld. Belanghebbende verkocht de panden aan zijn zoon voor een zakelijke prijs van ƒ 2.800.000,-, maar had in zijn aangifte een veel lagere waarde opgegeven.
Het hof oordeelde dat de verkoopprijs en onafhankelijke taxaties de waarde in het economische verkeer bevestigen en dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de lagere aangiftewaarde correct was. De inspecteur heeft daarmee op goede gronden de navordering vastgesteld.
De boete is passend omdat belanghebbende onachtzaamheid heeft getoond door de waarde in de aangifte fors te laag aan te geven, terwijl hij eerder een hogere waarde had opgegeven zonder verklaring voor de verlaging. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag met boete gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag vermogensbelasting 1998 met boete van 25% is ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.