ECLI:NL:GHLEE:2004:AO2997
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- prof. mr. Aardema
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring verzet tegen niet-ontvankelijkheid beroep inkomstenbelasting
In deze zaak staat de ontvankelijkheid van het beroepschrift tegen een uitspraak van het hoofd van de belastingdienst centraal. Het hoofd had op 16 december 2002 een uitspraak gedaan, waarna het beroepschrift op 18 februari 2003 werd ingediend, buiten de wettelijke termijn van zes weken. De belastingkamer verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk.
Belanghebbende kwam hiertegen in verzet en stelde dat de voor beroep vatbare uitspraak pas op 22 januari 2003 was gedaan, wat door overlegging van een afschrift werd onderbouwd. Het hof oordeelde dat het beroep op 18 februari 2003 daardoor wel tijdig was ingediend.
Het hof heeft geen aanleiding gezien tot het houden van een mondelinge behandeling, mede omdat belanghebbende hier niet om had verzocht. Het verzet werd gegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vernietigd.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het beroep wordt alsnog ontvankelijk verklaard.