ECLI:NL:GHLEE:2003:AO1889
Gerechtshof Leeuwarden
- Proceskostenveroordeling
- Dijkstra
- Poelman
- Van Dijk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken belang na overlijden betrokkene in WAHV-procedure
De betrokkene is overleden, waardoor de persoonlijke aard van de beschikking speelt. Desondanks kunnen erfgenamen de procedure voortzetten indien zij een belang hebben. De kantonrechter had de officier van justitie veroordeeld tot proceskostenvergoeding van €161, maar wees het meer gevorderde af.
De erfgenamen stelden hoger beroep in tegen deze beslissing, maar het hof overwoog dat op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep alleen mogelijk is bij een sanctie boven €70 of bij niet-ontvankelijkheid wegens niet stellen van zekerheid, wat hier niet aan de orde was. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Het hof oordeelde dat de kantonrechter het beginsel van hoor en wederhoor had geschonden door het verzoek buiten zitting af te doen zonder toestemming van partijen, wat een doorbreking van het appelverbod rechtvaardigde. De proceskostenvergoeding van €161 bleef gehandhaafd om de gemachtigde niet te benadelen.
De advocaat-generaal werd veroordeeld tot betaling van deze proceskosten. Het hoger beroep werd verder afgewezen wegens gebrek aan belang, aangezien de administratieve sanctie was ingetrokken vanwege het overlijden van de betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van belang, met handhaving van de proceskostenvergoeding van €161.